Home · Gezondheid & vitaliteit
Verpleeghuis: lege kamer is geen vrije plek
Van VV4 verhuisde in 2025 nog 5% naar een verpleeghuis. Onze vergelijking toont waarom een lege kamer geen vrije, bemenste plek bewijst.

Van de mensen met zorgprofiel VV4 verhuisde in 2019 nog 23% naar een verpleeghuis. In 2025 was dat 5%, meldt het Zorginstituut op 22 oktober. Tegelijk stroomden in 2025 ongeveer 3.000 bewoners méér uit verpleeghuizen dan erin. Dat klinkt als ruimte, maar het zegt niet hoeveel geschikte plekken met personeel beschikbaar zijn.
We legden de nieuwe cijfers naast het RIVM-onderzoek naar zorg en wachtlijsten. Zo wordt zichtbaar welke groep achter elk percentage schuilgaat, en waar een landelijk getal ophoudt nuttig te zijn.
Verpleeghuis: VV4 verhuist steeds minder vaak
VV4 is het lichtste zorgprofiel waarmee iemand voor verpleeghuiszorg in aanmerking komt. Sinds begin 2024 geldt volgens het Zorginstituut voor deze groep het beleid “zorg thuis, tenzij”: verhuizen is aan de orde als thuis wonen niet veilig of haalbaar is.
De percentages hieronder gaan steeds over mensen met VV4 die in dat jaar naar een verpleeghuis verhuisden. Het verschil tussen 2019 en 2025 is 23 min 5 = 18 procentpunt. Het is geen meting van hun tevredenheid met thuiszorg of van de kwaliteit van een verpleeghuis.
| Jaar | Aandeel van de VV4-groep |
|---|---|
| 2019 | 23% |
| 2024 | 8% |
| 2025 | 5% |
Waarom een lege kamer nog geen vrije plek is
De nieuwe stroomcijfers betreffen alle bewoners: in 2025 verlieten ongeveer 3.000 mensen méér een verpleeghuis dan er binnenkwamen. Daaruit volgt geen aantal vrije, passende plekken per regio. Het RIVM schrijft in zijn onderzoek van september 2026 dat landelijke gegevens over beschikbare capaciteit ontbreken. Voor een precies beeld zijn aantallen bedden mét beschikbaar personeel per verpleeghuis nodig.
Dat onderscheid verdient meer aandacht dan een geruststellend landelijk saldo. Een kamer die voor VV4 was ingericht, lost een wachtlijst voor zwaardere zorg niet vanzelf op. Het Zorginstituut meldt zelf dat kamers vaker leeg blijven terwijl het aanbod nog op VV4 is ingericht.
De wachtlijst verschuift naar zwaardere zorg
In hetzelfde RIVM-onderzoek is een andere maat beschikbaar: het aandeel aanbieders met een wachtlijst per zorgprofiel. Binnen de groep aanbieders die voor minstens één profiel een wachtlijst hadden, daalde het aandeel met een VV4-wachtlijst van 75% in 2019 naar 42% in 2025. Voor VV5 en VV6 tot en met VV8 nam het aandeel juist toe.
Deze percentages zeggen niets over de wachttijd van één persoon. Ze meten ook iets anders dan de 5% VV4-verhuizingen: aanbieders met een wachtlijst tegenover mensen met een zorgprofiel. Die twee percentages van elkaar aftrekken zou een schijnuitkomst geven.
Ook onze vergelijking kent een grens
De richting is duidelijk: minder VV4-verhuizingen, meer wachtlijsten bij zwaardere profielen. Maar zonder een telling van bemenste plekken per locatie kunnen wij niet vaststellen hoeveel mensen daardoor geen passende plek krijgen. Bovendien geeft het Zorginstituut in het nieuwsbericht geen volledige 2025-tabel met regionale uitsplitsing. Een landelijk cijfer mag dus geen oordeel over een afzonderlijk huis worden.
Landelijke verhuizingen en wachtlijsten naar zorgprofiel.
Bemenste, passende plekken per locatie en iemands persoonlijke wachttijd.
Welke vraag helpt bij de volgende controle?
Vraag bij de volgende bespreking van een zorgplan welk zorgprofiel is vastgesteld, welke vormen van zorg thuis haalbaar zijn en welke daadwerkelijk bemenste plekken in de eigen regio passen. Laat ook vastleggen wie opnieuw beoordeelt wanneer de thuissituatie verandert. Dit is een gesprek over de situatie, geen rekensom die namens iemand beslist.
Onze uitleg over hulp in huis regelen laat zien bij welke loketten u voor ondersteuning begint. Bij vragen over de woning helpt de gids voor langer zelfstandig thuis wonen. De 50Plus Gids bundelt die praktische routes.
De volgende telling moet plekken mét personeel laten zien
Het RIVM vraagt om gegevens over capaciteit en wachtlijsten per aanbieder. Pas wanneer de beschikbare plekken en het passende zorgprofiel samen zichtbaar zijn, kan een volgend rapport de vraag beantwoorden die nu openblijft: waar helpt een lege kamer iemand werkelijk verder?